|Tweede Kamer der Staten-Generaal | |Leden van de Vaste Kamercommissie | |Sociale Zaken en Werkgelegenheid | |Postbus 20018 | |2500 EA 'S-GRAVENHAGE | |Utrecht |15 januari 2009 | |Kenmerk: |S09-0037 | |Betreft: |Wetsvoorstel Wajong | | |Reactie voor schriftelijke inbreng Verslag d.d. | | |21 januari 2009 | |Inlichtingen |Janny Lagendijk | |bij: | | Geachte leden van de Vaste Kamercommissie SZW, Hierbij ontvangt u een reactie op het Wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in verband met het bevorderen van de participatie van jonggehandicapten door werk en arbeidsondersteuning (31 780). Dit wetsvoorstel is op 19 november door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede kamer is aangeboden. Het is een reactie ten behoeve van uw Verslag. Dit is een gezamenlijke reactie van de CG-Raad, het Landelijk Platform GGz en het Platform VG. Deze organisaties vertegenwoordigen samen alle gehandicapten- en chronisch zieken organisaties in Nederland. Algemeen De CG-Raad is zeer te spreken over de inzet van de Minister om jonggehandicapten meer kansen op werk te bieden. Deelname aan arbeid is voor veel jonggehandicapten een vurige wens. Zij willen zo normaal mogelijk participeren in de maatschappij. Hun inzet verdient bewondering en een passende beloning. Voor de meeste van hen is een volledige baan niet weggelegd, maar potentie om door arbeid een bijdrage te leveren is zeer zeker aanwezig. We staan positief ten opzichte van de volgende onderdelen in de wet: . Het opstellen van een participatieplan voor elke jonggehandicapte. . Het gaan werken bij een reguliere werkgever staat voorop. . Zij die echt niet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces blijven vanaf hun 18 jaar een Wajong-uitkering ontvangen. . UWV blijft uitvoerder van de Wajong regeling. . Verbetering van diverse re-integratieinstrumenten. In een deel van de voorgestelde wetswijziging kunnen wij ons vinden maar op een aantal onderdelen zijn we erg teleurgesteld en kan het veel beter. Wij vinden het van groot belang dat de wet op deze punten wordt bijgesteld. Op de volgende punten zien wij grote tekortkomingen: . werkgevers Er ontbreekt een goed werkaanbod, werkgevers worden te weinig aangesproken. . werk moet lonen Gedurende 9 jaar kan het inkomen onder het wettelijk minimumloon uitkomen. Men werkt levenslang met behoud van uitkering en bouwt geen pensioen en andere sociale rechten op. . studeren Studerende jongeren met een handicap of chronische ziekte kunnen onvoldoende voorzien in hun levensonderhoud en moeilijk participeren als student. . terugvalrecht De terugvaloptie is nog niet goed genoeg. Dit zal jongeren belemmeren om vrij hun kansen op de arbeidsmarkt uit te proberen. . passende arbeid Jongeren moeten elke vorm van gangbare arbeid accepteren. Ongeacht hun opleidingsniveau. De CG-Raad vindt het belangrijk dat op al deze punten bijstellingen plaatsvinden. Jongeren moeten een kans hebben om bij de start van hun arbeidzaam leven een maatschappelijke positie op te bouwen. In de bijlage gaan wij op al deze punten nader in. Met vriendelijke groet, mede namens het LPGGz en het Platform VG, A.A.R.G. Poppelaars, directeur CG-Raad. BIJLAGE Inleiding Het lukt onvoldoende om werk te vinden voor jongeren met een handicap. Dat ligt niet aan de jongeren. Zij willen wel. Dit kabinet denkt helaas dat het wel aan de jongere ligt. Het kabinet wil jongeren met een handicap aan het werk krijgen door hen financieel te prikkelen. Door hen tot 27 jaar minder te laten verdienen dan het wettelijk minimumloon. Dan zoeken ze harder naar een baan waar ze het minimum loon verdienen. Dan stromen ze uit. Dat lijkt dan de redenering. Die klopt helaas niet, want de beperking gaat niet over. Slechts een heel kleine groep kan uitstromen. Voor die kleine groep veranderen we nu een heel stelsel. Voor de anderen betekent het dat ze 'tweederangswerknemers' zijn. Met een loon onder het wettelijk minimum loon. Zo behandelen wij mensen met een handicap. Het kabinet wil het probleem ook oplossen door jongeren harder achter hun broek te zitten. Je mag werk niet zomaar weigeren. Daar hebben we geen bezwaar tegen. Want 'voor wat, hoort wat'. We vragen wel om heel zorgvuldig om te gaan met sancties, want het zijn ook jongeren met verstandelijke en psychische beperkingen. Maar ook voor een strengere aanpak hoef je de wet niet te veranderen. De minister wil ook meer werkaanbod van werkgevers. Zeer lovenswaardig. Hij geeft het UWV de opdracht om veel meer te investeren in begeleiding. Het UWV moet geen 4.000 maar 10.000 jongeren per jaar aan werk helpen, desnoods door ze een baan aan te bieden. We zouden zo graag willen dat het zo werkte. De tijd is rijp om te beseffen dat er iets anders moet gebeuren: duidelijke maatregen richting werkgevers. Zodat werkgevers ook werk bieden. Dit wetsvoorstel regelt dat element niet. Helaas. De redenering is: Het ligt niet aan de werkgever maar aan de jongere. Het idee, dat men door een financiële prikkel en sancties mensen aan het werk krijgt, is niet nieuw. Het is dezelfde redenering en hoort bij hetzelfde mensbeeld, die aan de hervorming van de WIA ten grondslag hebben gelegen. Maar daar worden werkgevers nog wel financieel geprikkeld. Iets wat bij de Wajong geheel ontbreekt. We moeten bij de WIA constateren, dat ondanks de zeer sterke financiële prikkel bij de persoon met een handicap slechts 1/3 van de WGA'ers werk vindt. Is het niet zinvol om eerst de WIA te evalueren voordat we hetzelfde mensbeeld en 'paradigma van de financiële prikkel' op kwetsbare jongeren met een handicap losgelaten? 1. Werkgevers / Het werkaanbod In de plannen wordt veel aandacht besteed aan het verzorgen van een werkaanbod door het UWV. Wat ons grote zorgen baart is het aanbod van werk. Komt dat er in voldoende mate? En als dat niet zo is, gaat de overheid dan over tot het nemen van dwingende maatregelen. Wat er nu in het wetsontwerp staat is in onze ogen te weinig. De CG-Raad pleit voor meer maatregelen die het werkaanbod voor de Wajonger verbeteren. Hiertoe behoren: - Een quotum voor alle werkgevers om een percentage Wajongers in dienst te nemen. - Een quotum voor de rijks- en regionale overheid en overheidsdiensten voor Wajongers. - Contract compliance ( Preferred Suppliers), overheden verlenen alleen opdrachten aan bedrijven die een Wajong-keurmerk hebben. - Een keurmerk voor bedrijven en instellingen die Wajongers in dienst hebben[1]. Vragen: - Onderkent de minister, dat de tijd rijp is om maatregelen richting werkgevers te nemen? - Is hij bereid een quotum voor Wajongers in te stellen bij alle werkgevers? - Is hij bereid een quotum voor Wajongers wettelijk in te stellen voor de overheid? - Wil hij contract compliance door overheden wettelijk verplichten? - Wil hij bevorderen, dat er een keurmerk komt voor bedrijven die Wajongers in dienst hebben? 2. Werk moet lonen beschavingsniveau, meer dan minimum loon. Al decennia lang is er de politieke bereidheid om Wajonggerechtigden die werken een redelijk inkomen te bieden. Zo bestaan er het functieloon in de Wsw, de Regeling Samenloop in de Wajong die een inkomen tot 120% WML mogelijk maakt en de maatmanwisseling in de Wajong. Dit zijn regelingen die voor een volwaardig inkomen zorgen en leiden tot economische zelfstandigheid van de Wajonger. De achtergrond hiervan is het toepassen van het 'compensatiebeginsel' voor mensen met een handicap of chronische ziekte. Dit houdt in, dat de schade wordt gecompenseerd die er door de beperking is. Dit beginsel/principe geldt op alle levensterreinen (zorg, hulpmiddelen, inkomen, etc.). Voor inkomen en arbeid betekent dit, dat het loonverlies dat direct verband heeft met de beperking, gecompenseerd wordt. De hoogte van de compensatie hangt af van de beperking. Niet iedereen heeft daar zomaar recht op. Er moet wel echt sprake zijn van een stevige beperking (handicap of chronische ziekte). Deze beperking wordt objectief vastgesteld door een (verzekerings)arts. In het arbeidsdeskundige oordeel wordt een relatie gelegd met de functie en het salaris dat iemand zou kunnen verdienen als hij/zij geen beperking zou hebben. Door deze strenge keuring (indicatiestelling) bestaat er draagvlak voor de toepassing van het compensatiebeginsel en daarmee de beloning van mensen met een handicap tot meer dan het minimum loon. Dit compensatiebeginsel wordt in dit wetsvoorstel nu verlaten: - Mensen moeten minimaal 7 tot 9 jaar lang onder het minimum loon werken, als zij minder loonwaarde hebben dan 70% van het minimum loon. - Na hun 27ste (of 7 jaar na intreden in Wajong) krijgen zij slechts aangevuld tot het minimum loon. Dit geldt levenslang. - Alleen mensen die op 27 jaar (of 7 jaar na intreding) begeleiding hebben van een jobcaoch krijgen functieloon tot maximaal 120% WML. - Maatmanwisseling is een mogelijkheid voor hoger opgeleiden om soms meer dan WML te verdienen. Het wetsvoorstel maakt hieraan een eidne. Als men op eigen kracht namelijk 100% WML verdient heeft men geen recht meer op aanvulling vanuit de Wajong. Ook bij de plannen van de Commissie De Vries voor de Wsw, wordt het compensatiebeginsel verlaten. Ook daar krijgt met geen functieloon meer en nauwelijks meer dan het minimumloon. Deze omslag in denken lijkt twee redenen te hebben: - Men wil een financiële prikkel inbouwen, om jongeren zo te stimuleren door te stromen naar werk-zonder-wajong. Door onder het WML te belonen zal men op eigen kracht WML willen gaan verdienen. Zo is de redenering. - Men heeft het geld er niet voor over, om jongeren met een handicap een volwaardig functieloon te geven. Helaas vrezen we, dat met name de laatste reden (geld) doorslaggevend is. Dit lijkt geheel in tegenspraak met de uitgangspunten verwoordt in de PvdAnotitie "Kansen geven, kansen grijpen." van mei 2008. Daarin wordt gepleit voor functieloon voor Wajongers als zij bij een regulier werkgever werken. Vragen - Wat is de rechtvaardiging om mensen onder het WML uit te betalen die 36 uur per week werken? - Vindt de minister het niet redelijk om mensen met een handicap, indien zij naar vermogen werken functi loon (per uur) te geven? - De Wajong eindigt als de jonggehandicapte gedurende 1 jaar 100% WML verdient. Is maatmanwisseling dan nog mogelijk voor jongeren met een hogere maatman dan WML, die gedurende een jaar WML verdient hebben? - Waarom wordt bij 27 jaar de toegang niet gelegd op 75% van de maatman, maar op 100% WML? financiële prikkel De redenering van de 'financiële prikkel' geldt maar voor een kleine groep. Voor die mensen die inderdaad uiteindelijk op eigen kracht het WML kunnen gaan verdienen. Zij zullen de prikkel voelen om uit te stromen. De overgrote meerderheid van de Wajongers kan echter op eigen kracht niet het WML verdienen. Dit doordat ze minder productief zijn per uur, maar ook omdat zij vaak minder uren kunnen maken vanwege hun beperkingen (duurbeperking). Maar ook als zij ondank hun beperking WML verdienen, verdienen ze een aanvulling op hun inkomen. Wij erkennen, dat een kleine groep licht gehandicapten niet geneigd is uit te stromen, als men functieloon ontvangt krachtens de Wajong of Wsw. De indicatiestelling door het UWV heeft echter aangegeven, dat zij tot de doelgroep behoren. Het is dan gerechtvaardigd, dat zij een aanvulling krijgen boven het WML. Ook hebben de jongeren het vaak niet in eigen hand om hun productiviteit te verhogen. Het is de arbeidsdeskundige samen met een re-integratiebedrijf en de werkgever die bepalen of en hoeveel loondispensatie per uur er gegeven mag worden. Niet de jongere zelf. De redenering dat deze jongeren niet zouden uitstromen, als zij reeds na een korte periode een functieloon krijgen klopt ook voor deze groep niet. Zij hebben geen invloed op de hoogte van hun loon. Het is juist extra belonend, als zij na korte tijd het minimum loon en functieloon krijgen. Een positieve financiële prikkel, die werk zal stimuleren. Uit onderzoek[2] is verder gebleken, dat het er financieel niet of nauwelijks op vooruit gaan, geen grote rol speelt bij de overweging om werk te gaan zoeken of te stoppen met werken. Jongeren willen gewoon werk om maatschappelijk actief te zijn. Ze hebben geen financiële prikkel nodig. Maar vragen wel om een eerlijke beloning. Vragen: - Onderkent de minister dat voor veel jongeren die met loondispensatie werken zij zelf slechts geringe invloed hebben op de hoogte van hun loon. Behalve dan door meer uren te gaan werken. Dat het daarom voor hen te rechtvaardigen is, dat zij een aanvulling per uur krijgen die onafhankelijk is hun productiviteit? glijdende schaal Het kabinet stelt een systeem voor waarbij elk uur dat men extra gaat werken doorwerkt in de beloning. Wij onderschrijven dit en hebben er ook voor gepleit in ons onderzoek 'Werk moet lonen[3]'. Wij willen echter niet dit maximum (70-100% WML) aan de regeling en ook niet deze vorm (gedispenseerd loon + uitkering). Zie hieronder. Een systeem is denkbaar waarbij elk extra uur dat men werk loont, maar waarbij wel de mogelijkheid bestaat om boven het WML uit te komen. Zie het voorstel FNV in brief over Wetsvoorstel Wajong d.d 15 december 2008. pensioenopbouw en sociale rechten uitkering of loonkostensubsidie per gewerkt uur Het kabinet stelt voorm, dat Wajongers deels een uitkering en deels (eventueel gedispenseerd) loon krijgen. Zij worden daarmee levenslang uitkeringsgerechtigde. De commissie De Vries stelt voor, om in de toekomst ook Wsw-ers op die manier te gaan belonen. Op dit moment krijgt de werkgever van een Wsw-ers een loonkostensubsidie per gewerkt uur. En zij zelf krijgen functieloon. Daardoor bouwen zij sociale rechten en pensioen op over hun loon. De CG-Raad en zijn bondgenoten hebben er juist voor gepleit, om voor Wajongers ook de systematiek van loonkostensubsidie toe te passen. Geringe pensioenopbouw zou dan mogelijk zijn bij een inkomen boven het wettelijk minimum loon. Ook vanwege de eenvoud voor werkgevers hebben wij gepleit voor een eenduidige systematiek van loonkostensubsidie voor alle doelgroepen. Daarbij krijgen mensen met slechts een 'sociale beperking' (maar geen handicap) een kortdurende loonkostensubsidie via de gemeenten om aan de slag te kunnen. En krijgen mensen met een handicap via Wajong en Wsw een hogere en langdurige loonkostensubsidie. Voor werkgevers is dat een begrijpelijker systeem dan de nu voorgestelde combinaties. Voor de één loondispensatie en voor de ander een loonkostensubsidie en voor de volgende loonkostensubsidie èn loondispensatie. De CG-Raad constateert, dat voor Wajongers nu ook de partcipatieplaatsen beschikbaar komen. Een systeem gebaseerd op loonkostensubsidie. Dit maakt het voor werkgevers helemaal onoverzichtelijk. De Minister heeft dit verzoek niet gehonoreerd. Wajongers blijven een inkomen houden dat deels uit uitkering en deels uit loon bestaat. Pensioenopbouw en sociale verzekeringen zijn voor hen niet mogelijk. Wij vinden dit bijzonder jammer, en niet passend bij een coalitie als de huidige. Het is ook niet conform de uitspraak van het laatste CDA congres, dat ook Wajongers pensioen moeten kunnen opbouwen indien zij werken naar vermogen. En ook niet conform de visie van de PvdA neergelegd in de notitie "Kansen geven , kansen grijpen." http://www.cg-raad.nl/wi/20081113.html. Vragen - Wil de minister alsnog pensioenopbouw mogelijk maken voor Wajongers? - Is het juist dat Wajongers die werken nieuwe rechten opbouwen als werknemer voor de diverse werknemersverzekeringen zoals de WW en de WIA? Of komen zij daarvoor niet in aanmerking omdat ze bij aanvang van het werk al ziek of gehandicapt zijn en derhalve uitgesloten zijn van deze verzekering? (een brandend huis is niet verzekerbaar). - Als wel recht wordt opgebouwd, wat zijn dan de gevolgen voor de Wajong als iemand hierop een beroep doet? duurbeperking Uitgebreid heeft de CG-Raad samen met CNV jongeren met Kamerleden en de Minister stil gestaan bij de groep jongeren die vanwege hun handicap slechts in deeltijd kunnen werken. De jongeren zelf hebben er -in alle openheid over hun slechte inkomenspositie- voor gepleit dat de huidige systematiek verandert. Voorstellen zijn gedaan in het genoemde onderzoek Werk moet lonen en door de Minister besproken met de jongeren. "Aanbeveling 7: ... Hierbij moeten vier opties bekeken worden. - De eerste optie is om de werking van de Regeling Samenloop uit te breiden naar Wajongers voor wie de verzekeringsarts een medische urenbeperking heeft vastgesteld. Het resultaat is dat het inkomen van deze Wajongers door het UWV wordt aangevuld tot maximaal 120% van het WML. - De tweede optie is om in de loopbaan van Wajongers vaker de maatman aan te passen. - De andere opties die onderzocht moeten worden zijn een vergoeding van de extra reistijd als gevolg van de handicap - en een vergoeding van de medische geïndiceerde rusttijd.". Zeer teleurgesteld zijn de CG-Raad en Landelijk Platform GZ (het betreft met name diens achterbannen) dan ook dat op geen enkele manier tegemoet gekomen is aan dit verzoek. Alleen mensen die op 27 jaar (of 7 jaar na intreding) begeleiding hebben van een jobcaoch krijgen functieloon tot maximaal 120% WML. Maatmanwisseling is een mogelijkheid voor hoger opgeleiden om soms meer dan WML te verdienen. Dit doet dan nog enigszins recht aan de duurbeperking. Het wetsvoorstel maakt dat onmogelijk. Als men op eigen kracht namelijk 100% WML verdient heeft men geen recht meer op aanvulling vanuit de Wajong. Vragen - Is de minister alsnog bereid om een oplossing te vinden voor de slechte inkomenspositie van jongeren die vanwege hun handicap slechts in deeltijd kunnen werken? - Want vindt de minister van de mogelijkheid om voor hen ook de Regeling Samenloop open te stellen? - Vindt de minister het redelijk dat de Bremanreegling alleen open gesteld wordt voor mensen met een verminderde productiviteit per uur, en niet voor mensen met een verminderde productiviteit per week (duurbeperking)? - Wat vindt de minister van de mogelijkheid om voor jonggehandicapten met een duurbeperking vaker maatmanwisseling toe te passen? - Of de mogelijkheid van vergoeding van de extra reistijd of medische geïndiceerde rusttijd? - Is er ook een wisseling van maatman mogelijk als behaalde kwalificaties en beroepsuitoefening daar aanleiding toe bieden; met name als de definitieve Wajong wordt vastgesteld op 27 jarige leeftijd of 7 jaar na aanvraag? 3. Wajong en studie De nieuwe wet wil graag jonggehandicapten aan het werk helpen in een reguliere werkomgeving. Daarom vragen wij de u als Kamerlid, om Wajongers de kans te geven een studie te volgen. Echter elke stimulans om met een duurzame beperking toch een studie te volgen, is door de minister uit de nieuwe wet geschreven. Wajongers krijgen alleen nog een klein beetje compensatie voor dat deel van de inkomsten, welke door andere studenten wordt bijverdiend. De minister vindt dat 25% van het WML voldoende is om het niet hebben van een bijbaan, te compenseren. En daardoor niet te hoeven bijlenen. Vervolgens moeten ze net als andere studenten de rest van hun inkomen bijlenen, onder het adagium gelijke monniken, gelijke kappen. Wel waarschuwt de Minister in de memorie van toelichting (4.3 Budgettaire effecten van de nieuwe Wajong): "aangezien jongeren die studeren in de nieuwe situatie 25% WML ontvangen, zou het kunnen zijn dat jonggehandicapten meer gebruik zullen maken van de aanvullenden leenfaciliteiten bij de studiefinanciering." Deze groep is niet alleen, niet in staat om naast hun studie een bijbaantje te hebben. Ze maken door hun beperking ook nog meer kosten. Door de maatregelen kunnen alleen jong gehandicapten van vermogende ouders nog studeren. Hiermee laat de minister een grote kans liggen. Wij roepen de minister op Wajongers juist te stimuleren om te studeren. Met een studie is de kans groter dat ze een baan vinden die bij hen past en dat Wajongers hun baan behouden. Bovendien is het een kans voor jongeren om de Wajong te ontstijgen: DE doelstelling van de nieuwe wet! Daar is een goede stimulans en goede begeleiding voor nodig. Geef studerende Wajongers een compensatie van 55% van het WML voor 23 jarigen en zorg met een goede begeleiding dat deze jongeren een toekomst krijgen. Pas dan krijgen ze een gelijkwaardige kans op de arbeidsmarkt. Vragen: - Waarom heeft de minister geen rekening gehouden met het feit dat de kosten voor veel van deze studenten veel hoger liggen? 4. Terugvalrecht Het recht op arbeidsondersteuning eindigt als men gedurende 5 jaar meer dan 75% van het maatmaninkomen verdient of gedurende 1 jaar tenminste 100% WML verdient en daarnaast geen structurele arbeidsondersteuning heeft. Als men alleen een werkplekvoorziening heeft, verliest men het recht op 'arbeidsondersteuning' krachtens de Wajong. Voor werkplekaanpassingen kan men een beroep doen op de WIA. Mocht men onverhoopt werkloos worden dan kan men een beroep doen op de WW. Wij pleiten voor verruiming van het herlevingrecht. Chronische ziekten kennen een nogal grillig verloop. Voor deze groep en ook voor de groep visueel gehandicapten, die niet altijd vervoersvoorzieningen gebruiken, is het van evident belang om het recht op een Wajong uitkering te behouden gedurende hun hele arbeidzame leven. Vraag - Kan de minister zich groepen voorstellen die evidente beperkingen hebben en slechts alleen werkplekvoorzieningen, maar voor wie bij eventueel ontslag het zeer moeilijk zal zijn om terug te keren op de arbeidsmarkt? 5. Passend werk Jongeren klaarstomen voor werk dat er vervolgens niet is, werkt zeer demotiverend. Dat moeten we deze goed gemotiveerde jongeren niet aan willen doen. Ze vervolgens een baantje aanbieden op het niveau van algemeen aanvaarde arbeid, die totaal niet aansluit bij de opleiding, is iets dat de Minister wettelijk mogelijk wil maken. Dit voornemen wijzen wij uitdrukkelijk af. Opleiding en werk moeten naadloos aansluiten. Dreigen met algemeen geaccepteerde arbeid past hier niet in. Garandeer bij elke opleiding een passend werkaanbod waarbij rekening gehouden wordt met ervaring, kennis en wensen. Dit stimuleert jongeren om er iets van te maken hoe moeilijk zij het ook hebben met hun chronische ziekte of handicap. Daarom pleiten we ervoor om passende arbeid als uitgangspunt te nemen en pas in uitzonderlijke situaties over te gaan naar het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid. Dit na een (verlengde) zoekperiode. Vragen - Wil de Minster voor jongeren met een opleiding zoeken naar werk dat bij hun opleidingsniveau past? - Wil de Minister een verlegde zoekperiode mogelijk maken? - Wil de minister uitgaan van passende arbeid en slechts in uitzonderlijke situaties van algemeen geaccepteerde arbeid? 6. Geen decentralisatie Pilots bij gemeenten De gezamenlijke gehandicaptenorganisaties zijn absoluut tegen decentralisatie van de Wajong naar de gemeenten: - De deskundigheid is niet aanwezig bij gemeenten. Zoals blijkt uit de recente massale overheveling van Wajongers uit de Wwb, die daar reeds jaren zaten. - De onafhankelijke indicatiestelling (keuring) is absoluut niet gegarandeerd. Zoals ook in het verleden bleek uit de indicatiestelling voor de Wsw, toen die nog bij de gemeenten was. - Gemeenten werken vaak aanbodgericht. Dit staat haaks op het streven van individuele Wajongers om zelf vorm en inhoud te geven aan hun leven. - Alle eerdere decentralisaties van voorzieningen voor mensen met een handicap, zijn gepaard gegaan met bezuinigingen, omdat er geen geld voor de groei van de populatie meekwam naar de gemeenten. In de plannen is de mogelijkheid opgenomen om pilots te starten. De Gemeenten krijgen de taak zorg te dragen voor het begeleiden van Wajongers naar werk. De CG-Raad is tegen het uitvoeren van deze pilots. Als dit onverhoopt toch gebeurt, gaat onze nadrukkelijke voorkeur uit naar een pilot waarbij de formele verantwoordelijkheid voor de arbeidsondersteuning blijft liggen bij het UWV. Ook zien wij dan graag een set duidelijke, landelijk criteria waaraan deze pilots moeten voldoen. Wij zouden daar dan graag bij betrokken worden. Vragen: - Wil de minister afzien van de pilots met uitvoering door de gemeenten. - Wil de minister de pilots zodanig inrichten dat de formele verantwoordelijkheid bij het UWV blijft. En wil de minister dan een set duidelijke criteria daarvoor samen met gehandicaptenorganisaties op stellen. 7. Recht op IRO. In Afdeling 5 van de wet wordt re-integratie en arbeidsondersteuning beschreven. Een opsomming om trost op te zijn in Nederland. Daarin staat beschreven 5.5.11 Arbeidsinschakeling door re- integratiebedrijf. Het recht op ondersteuning door een privaat re- integratiebedrijf wordt echter niet genoemd. Een ook niet, dat men deze dienst ook in PGB/IRO mag afnemen. Vragen: - Wil de minister het recht op ondersteuning door een re- integratiebedrijf in de wet vastleggen? - Wil de minister het recht op een IRO in de wet vastleggen? 8. Onafhankelijk arbeidsadviseur In 2002 is er op verzoek van de CG-Raad door het toenmalige GAK een onderzoek gedaan naar de behoefte aan onafhankelijk ondersteuning door een arbeidsadviseur bij Wajongers[4]. Hieruit kwam, dat daar behoefte aan was, en dat de interventie van de arbeidsadviseur (pilot) effectief was. Mede op grond hiervan is in Nederland de onafhankelijke arbeidsadviseur in het leven geroepen door de vorige Minister. Deze adviseur is voor een bredere doelgroep. De toekomst van de arbeidsadviseur is echter onzeker. Vraag: - Ziet de minister de meerwaarde van een onafhankelijk arbeidadviseur voor het vergroten van kansen op werk voor Wajongers? - Is de minister bereid deze functie beschikbaar te houden voor Wajongers? 9. Extra middelen voor re-integratie Aangekondigd is, dat er een participatieplan in plaats van de huidige re- integratievisie wordt opgesteld. Het UWV moet 10.000 jongeren in plaats van de huidige 4.000 jongeren naar een arbeidsplaats begeleiden. Hiervoor is hooguit E 5.000 beschikbaar per nieuwe Wajonger per 2010. Vraag - Is de minister bereid om extra middelen beschikbaar te stellen om jongeren aan werk te helpen? 10. Beschut werk Een deel van de jonggehandicapten zal aangewezen zijn op beschutte arbeid. De Wsw kent al jaren wachtlijsten van rond de 18.000 personen. Een deel van de wachtlijstproblematiek wordt veroorzaakt door te geringe doorstroming naar het reguliere bedrijfsleven, maar ook door het tekort aan arbeidsplaatsen in de Wsw. De CG-Raad pleit, mede gezien de verwachte instroom, voor een uitbreiding van het aantal Wsw-plaatsen met minimaal 10.000. In het wetsvoorstel wordt verwezen naar de uitkomsten van de herbezinning WSW (Commissie De Vries). Echter, bij een grotere druk op de SW door hogere participatie door jonggehandicapten zal de inzet van additionele middelen voor de Sociale Werkvoorziening onvermijdelijk zijn. Vraag - Is de Minister bereid extra middelen voor de Wsw beschiklbaar te stellen voor Wajongers? ----------------------- [1] In dit keurmerk kunnen zaken worden ondergebracht op het gebied van HRM, zoals het openstellen van aantallen vacatures, toegankelijkheid, minimum percentage Wajongers in dienst, pensioenopbouw ook bij minimumloon. Het keurmerk moet vooral ook stimulerende aspecten bevatten. Samen met werkgevers- en werknemersorganisaties willen we dit vormgeven [2] Werk moet Lonen. Onderzoek onder Wajong'ers naar de financiële baten van werk. Drs. M. Brukman e.a.. Regioplan. Uitgave Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad). 2008. Conclusie 4: Financiële vooruitgang, p. 49. [3] Idem. [4] Evaluatie Pilot Wajong, dr. L.J.M. Aarts en drs. I. Been. Onderzoek in opdracht van GAK Nederland b.v. APE. Den Haag 2002. ----------------------- [pic] ----------------------- [pic] [pic]