
Het Landelijk Platform GGz kan de conclusie van onderzoeksinstituut SGBO uit het WMO-benchmarkrapport van eind februari 2008 niet onderschrijven. Die conclusie luidt dat gemeenten hun inwoners voldoende betrekken bij het WMO-beleid. Volgens het Platform blijft de achterstand van daklozen, verslaafden en mensen met een psychische beperking in het rapport ernstig onderbelicht. Via het Programma Lokale Versterking zet het Landelijk Platform GGz zich in voor een sterkere participatie van deze doelgroepen. De benchmark is volgens het Platform een duidelijk signaal dat het Programma nog langere tijd moet worden voortgezet.
Geen verbetering
Directeur Marjan ter Avest van het LPGGz is teleurgesteld over de resultaten van het benchmarkrapport en de manier waarop de SGBO die weergeeft. Te meer omdat uit een WMO-benchmark uit november 2007 van kennisinstituut Movisie ook al bleek dat de (O)GGz, verslavingszorg en maatschappelijke opvang achterbleven. Ter Avest: “Wij vinden dat de SGBO te summier ingaat op het feit dat gemeenten zich nog steeds ver onder de maat inspannen voor onze doelgroep: mensen met een psychische beperking, een verslavingsprobleem, daklozen en vrouwen uit de vrouwenopvang. Ook de grote groep mensen die onzichtbaar, achter de voordeur, een verkommerd bestaan leidt wordt niet genoemd. Een groep die zonder de aandacht van de gemeente verder afglijdt en buiten de maatschappij valt.”
Programma Lokale Versterking en de WMO
Het Platform zet zich sinds medio 2006 al in voor een sterkere participatie van deze doelgroepen bij de WMO. Hiervoor is het Programma Lokale Versterking GGz-WMO in het leven geroepen. Op lokaal niveau krijgen ervaringsdeskundigen en (ex-)cliënten ondersteuning en faciliteiten aangereikt om hun maatschappelijke participatie te bevorderen en hun achterban bij de gemeenten op het netvlies te krijgen. Ter Avest: “De subsidie voor Lokale Versterking loopt tot eind 2008. Dan zouden gemeenten ook deze kwetsbare inwoners als vanzelfsprekend in hun WMO-beleid moeten opnemen. Uit de benchmark blijkt dat dit nog onvoldoende gebeurt. Het is overduidelijk dat het Programma langer door moet kunnen gaan om een omslag bij de gemeenten te bewerkstelligen.”