MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
Stationsplein 125
3818 LE Amersfoort

033 - 3032400


10-puntenplan LPGGz voor verkiezingen 2012
12 juni 2012

10-punten plan voor verkiezingen 2012

Het Landelijk Platform GGz heeft haar 10-punten plan voor het Verkiezingsprogramma 2012 gestuurd aan alle landelijke politieke partijen. De vraag aan de politieke partijen is om hier zorgvuldig naar te kijken en punten mee te nemen in hun partijprogramma’s.
In aanloop naar de verkiezingen in september bereidt het LPGGz samen met andere veldpartijen een Verkiezingsdebat voor. Dit 
vindt plaats op donderdag 30 augustus te Utrecht. Meer informatie volgt nog, maar noteer de datum alvast in uw agenda.


Thema's 10-puntenplan LPGGz
1.   Eigen bijdrage ggz en eigen betalingen algemeen
2.   Ratificatie VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking
3.   Stigmatisering
4.   Kostenbesparend investeren
5.   Transparantie en kwaliteit
6.   Versterking positie cliŽnten- en familie
7.   Arbeidsparticipatie
8.   Zorg verplaatsen van instelling naar wijk (ambulantisering)
9.   Terugdringen van dwang en drang
10. Jeugd-ggz en decentralisatie jeugdzorg

10-puntenplan LPGGz

Inbreng t.b.v. partijprogramma’s - verkiezingen 2012                download 10-puntenplan   

 

1 - Eigen bijdrage ggz en eigen betalingen algemeen
Met de invoering van de eigen bijdrage in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) worden
ongeveer 1 miljoen patiŽnten in Nederland gediscrimineerd. De eigen bijdrage gaat in
tegen het grondprincipe van gelijke behandeling. Of je nu lichamelijk of geestelijk ziek
bent, patiŽnten moeten gelijke rechten hebben ťn krijgen. Zorg moet toegankelijk zijn
en betaalbaar voor iedereen. Of je nu lijdt aan kanker of schizofrenie, een gebroken been
hebt of een zware depressie. De specifieke eigen bijdrage wekt bovendien de suggestie
dat patiŽnten met psychische problematiek een keuze hebben en dat professionele hulp
voor hen een luxe is waar ze ook makkelijk buiten kunnen. Bovendien leidt de eigen bijdrage
ertoe dat mensen afzien van noodzakelijke zorg omdat ze het niet kunnen betalen.
Dit betekent een extra druk op mantelzorgers en een voorspelbare toename van het aantal crisissituaties. Eigen betalingen mogen er nooit toe leiden dat een te hoge financiŽle
drempel wordt opgeworpen voor noodzakelijke zorg. De verhoging van het eigen risico naar
350 euro is een stap te ver (en de combinatie met een eigen bijdrage-ggz van 200 euro is onacceptabel). Voor zover eigen betalingen noodzakelijk zijn, moeten vooral lage inkomens structureel ontzien worden.

Wensen voor komende kabinetsperiode:
- Afschaffing van de eigen bijdrage ggz, want deze is discriminerend en stigmatiserend.
- Beperking van het eigen risico; 350 euro is te hoog.
- Het inkomensafhankelijk stellen van eigen betalingen, zodat zorg toegankelijk blijft
  voor mensen met lage inkomens. 
- Maatregelen tegen stapeling van eigen kosten en betalingen voor mensen met
  (chronische) aandoeningen.

2 - Ratificatie VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking

In december 2006 is het verdrag dat opkomt voor mensen met een beperking, aangenomen
door de algemene vergadering van de Verenigde Naties: Convention of the Rights of People
with Disabilities (CRPD). De CRPD is het antwoord van de internationale gemeenschap op jarenlange discriminatie, uitsluiting en ontmenselijking van mensen met beperkingen of (chronische) ziekten van psychische, lichamelijke of verstandelijke aard. Het verdrag legt
vast dat de grootste minderheidsgroep van de wereld dezelfde rechten en kansen heeft als
ieder ander. Nederland is een van de laatste landen in de Europese Unie die het VN-verdrag
nog niet heeft geratificeerd en bevindt zich dus in de achterhoede op het gebied van mensenrechten.

Wens voor de komende kabinetsperiode:
- Spoedige ratificatie van het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking (CRPD).

3 - Stigmatisering

Binnen de groep van 1 miljoen patiŽnten die jaarlijks gebruik maakt van de geestelijke gezondheidszorg is de diversiteit groot. Denk aan mensen die lijden aan schizofrenie,
manische depressiviteit, borderline, ADHD, autisme, depressies en/of angststoornissen.
Of mensen die in een bepaalde fase van hun leven in een fundamentele crisis terechtkomen.
Een burn-out kan zich ontwikkelen tot een ernstige depressie of er kan sprake zijn van een onderliggende psychische stoornis. Of patiŽnten nu tijdelijk of langdurig zorg nodig hebben,
velen ervaren uitsluiting of stigmatisering op grond van hun psychische problemen. Mensen worden vaak al vroeg in hun leven geconfronteerd met negatieve maatschappelijk beelden over psychiatrische patiŽnten. En net als hun omgeving, gaan mensen met psychische problemen soms ook zelf geloven in de negatieve vooroordelen ten aanzien van hun aandoening. Ze anticiperen op vooroordelen door situaties te mijden of zichzelf uit te sluiten van bepaalde activiteiten of situaties. Stigmatisering heeft dus ingrijpende gevolgen. Het kan leiden tot een
laag zelfbeeld, eenzaamheid, werkloosheid, inkomensverlies, depressieve symptomen, demoralisatie en het vermijden van professionele hulp

Wens voor de komende kabinetsperiode:
- Start van een landelijke anti-stigmacampagne in navolging van Engeland
  (Time to change) en BelgiŽ (Het Mis Verstand).

4 - Kostenbesparend investeren
Iedereen is zich ervan bewust dat er bespaard moet worden in de gezondheidszorg.
Ook het LPGGz realiseert zich dat de groeiende zorgvraag en de daarmee gepaard gaande kostenstijging in de ggz, beheerst moeten worden. Wij geloven dat deze kostenbeheersing
hand in hand kan gaan met kwaliteitsverbetering. Het LPGGz vindt dat de zorg duurzamer en effectiever kan worden georganiseerd. Het duurt vaak te lang voordat mensen met psychische problematiek passende zorg krijgen. Jeugdigen en volwassenen met ernstige psychische problemen moeten veelal lang wachten op een juiste diagnose en adequate zorg.
Andersom krijgen mensen met lichte problematiek vaak zwaardere zorg dan nodig is.
Een betere organisatie van de zorg kan onder- en overbehandeling voorkomen. Een
efficiŽnter gebruik van zorgmiddelen is mogelijk door financiŽle prikkels weg te nemen
die uitnodigen om zware en dure zorg te leveren. De wens voor de komende kabinetsperiode
is een passend financieel kader en regelgeving om onderstaand pakket aan maatregelen
te realiseren.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Goede poortwachtersfunctie van huisartsen door vroegtijdige diagnose en behandeling
  van psychische problemen: huisartsen beschikken over voldoende ggz-expertise.
- Een adequate financieringsregeling van POH-ggz.
- Versterking van de generalistische ggz, zodat mensen met lichtere klachten geen
  aanspraak hoeven maken op duurdere, specialistische ggz.
- Tijdige terugverwijzing vanuit specialistische ggz naar eerstelijn en huisarts,
  wanneer problematiek stabiliseert. 
- Stimuleren van E-health: het wegnemen van financiŽle drempels zoals een eigen
  bijdrage voor E-health en het realiseren van een collectieve financiering van
  anonieme E-health en (zelf)hulplijnen vanuit ervaringsdeskundigheid (in plaats
  van wegbezuinigen).
- Investeren in zelfmanagement en het eigen herstelvermogen van patiŽnten: dit
  bevordert therapietrouw, eigen regie en kwaliteit van leven en voorkomt terugval
  en daardoor onnodige zorgconsumptie.

5 - Transparantie en kwaliteit
Het nieuwe kwaliteitsinstituut krijgt een belangrijke rol bij de ontwikkeling en implementatie
van richtlijnen en zorgstandaarden. Naast wetenschappelijke en professionele kennis, is ervaringskennis van cliŽnten een onmisbare bron van informatie bij het definiŽren en
vaststellen van goede kwaliteit van de zorg. PatiŽnten willen kunnen kiezen voor een
goede behandelaar of zorginstelling. Hiervoor zijn betrouwbare kwaliteitsgegevens nodig;
gegevens over de effectiviteit van de behandeling en de cliŽntwaardering van de zorg.
Hoewel de ggz-sector stevig aan de weg timmert op het gebied van Routine Outcome
Monitoring, is de beschikbare kwaliteitsinformatie over de ggz vooralsnog beperkt.
Bovendien hapert de ontsluiting van kwaliteitsinformatie voor zorgzoekende cliŽnten
en naastbetrokkenen.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Ervaringskennis vormt de basis van zorgstandaarden. CliŽntenorganisaties  zijn in
  ‘the lead’ bij de ontwikkeling van zorgstandaarden. 
- Er komen publieksversies van multidisciplinaire richtlijnen en zorgstandaarden
  die cliŽnten en hun naastbetrokkenen ondersteunen in hun zoektocht naar goede
  en adequate zorg. 
- Er wordt extra geÔnvesteerd in het beschikbaar komen van keuzeondersteunende
  informatie voor ggz-cliŽnten en naastbetrokkenen
.

6 - Versterking positie cliŽnten en familie
Het cliŽnten- en familieperspectief is van grote waarde voor beleidsontwikkeling, innovatie
en adequate zorginkoop. Kwaliteitsonderzoek, patiŽntenfeedback, medezeggenschap, klachtenopvang en het vertrouwenswerk leiden tot een schat aan spiegelinformatie voor zorgaanbieders, behandelaren, verzekeraars, gemeenten en Inspectie. Vanwege forse bezuinigingen staan cliŽnten- en familieorganisaties zwaar onder druk. De nu geldende instellingssubsidie van 35.000 euro is voor veel organisaties onvoldoende om hun basistaken
te vervullen. Steeds meer cliŽnten- en familieorganisaties raken in financiŽle problemen.
Terwijl ingrijpende transities op stapel staan waarbij taken en verantwoordelijkheden bij
de lokale overheid worden belegd, is er geen structurele financiering voor de lokale en
regionale organisaties die vanuit cliŽnten- en familieperspectief inbreng kunnen leveren in
het gemeentelijk beleid. Ook op regionaal niveau vallen steeds meer ggz-cliŽnten- en familieorganisaties om. Ten slotte is de positie van familie binnen ggz-instellingen nog onvoldoende gewaarborgd.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Adequate financieringsregeling van patiŽnten-en familieorganisaties op landelijk,
  regionaal en lokaal niveau.
- Verplichte aanstelling en wettelijke bevoegdheden van familieraden
  (vergelijkbaar met cliŽntenraden).
- Wettelijke regeling en financiering van familievertrouwenspersonen in de ggz 
  (vergelijkbaar met patiŽntvertrouwenspersonen).

7 - Arbeidsparticipatie
Werk is belangrijk voor het herstel van mensen met een psychische aandoening. Het
merendeel van de cliŽnten is in staat om regulier te werken, een ander deel is (voorlopig) aangewezen op aangepast werk of vrijwilligerswerk. De arbeidsparticipatie onder mensen
met (vooral langdurende) psychische problematiek is echter zeer laag. Dat is een gemis
voor henzelf; een gemis voor werkgevers die deze arbeidskrachten vaak goed kunnen inzetten (zeker als straks de economie weer aantrekt) en het is een gemis voor de samenleving
omdat een belangrijk deel van de bevolking buitenspel staat. Veel volwassenen en jeugdigen dreigen blijvend buiten de arbeidsmarkt te vallen, wanneer er onvoldoende begeleiding is
om hen naar passend werk toe te leiden en wanneer er onvoldoende alternatieve werkplekken beschikbaar zijn, bijvoorbeeld in sociale werkvoorzieningen. Binnen gemeenten zien we
dat de samenhang tussen WMO en WWB nog onvoldoende tot stand komt, waardoor
mensen tussen wal en schip dreigen te vallen. Bijvoorbeeld mensen die geen dagbesteding mogen volgen omdat zij op de wachtlijst voor sociale werkvoorziening staan.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Behoud van sociale werkvoorzieningen en alternatieve werkplekken.
- Voldoende reÔntegratiebudgetten voor begeleiding van mensen met een
  kleine of grote afstand tot de arbeidsmarkt.
- Waarborgen in decentralisatie-wetgeving voor een betere afstemming tussen
  werk en maatschappelijke ondersteuning, bijvoorbeeld door gemeenten te
  verplichten 1 participatieplan per cliŽnt op te stellen en door de compensatieplicht
  van de WMO te verbreden naar het terrein van arbeidsondersteuning.

8 - Zorg verplaatsen van instelling naar wijk
Mensen met psychische aandoeningen moeten zoveel mogelijk kunnen deelnemen
aan en wonen in de maatschappij. Partijen in de ggz (verzekeraars, zorgaanbieders, cliŽntenorganisaties) zijn het erover eens dat het mogelijk is om aanzienlijk meer
cliŽnten in de wijk in plaats van in de instelling te helpen. Een beddenreductie van
circa 33% wordt mogelijk geacht. Aan het proces van ambulantisering zijn echter ook
risico’s verbonden. Als adequate zorg in de eigen woonsituatie uitblijft dreigen
vereenzaming en verwaarlozing. Dit kan leiden tot verergering van de gezondheids-
situatie en toename van overlast. Een toename van crisisopvang of een verschuiving
richting forensische zorg kunnen het gevolg zijn. Een voorwaarde voor ambulantisering
is daarom dat de zorg in de wijk eerst goed geregeld is, voordat daadwerkelijk bedden-
reductie plaatsvindt. Het is belangrijk dat alle partijen daar gezamenlijk verantwoordelijk-
heid voor nemen. Een voorbeeld van goede zorg in de thuissituatie zijn de act- en
fact-teams, die voor de kwetsbaarste groepen multidisciplinaire ondersteuning bieden
op alle leefgebieden. Een gezamenlijke aanpak van verzekeraars en gemeenten is
onontbeerlijk om te voorkomen dat cliŽnten van AWBZ en ZVW naar de WMO worden
geschoven, of andersom.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Ondersteuning van beddenreductie door adequate regelgeving en waarborgen
  voor ontwikkeling ambulante zorg (bijvoorbeeld door financiering act en fact).
- Landelijke sturing op gezamenlijk (inkoop)beleid verzekeraars en gemeenten
  op regionaal niveau, met inbreng van cliŽntenorganisaties.

9 - Terugdringen dwang en drang in de ggz
Het toepassen van dwang en drang leidt tot schrijnende situaties in de zorg. In de ggz is
al enkele jaren het streven om het aantal separaties drastisch terug te dringen. Wij zien
nu dat dit streven stagneert. Vergelijking tussen instellingen leert dat de ene instelling
er veel beter in slaagt het aantal separaties terug te dringen dan de andere. Het gemiddelde ambitieniveau moet drastisch omhoog en de streefcijfers (aantallen separaties) drastisch
omlaag. In de voorbereiding van de nieuwe wetgeving zien we dat de rechtspositie en rechtsbescherming van ggz-clienten en hun naasten die met dwang(zorg) te maken te
krijgen, onvoldoende gewaarborgd worden. Oorspronkelijk waren in het wetsvoorstel verplichte
ggz commissies opgenomen, die een zorgvuldige en vooral onafhankelijke inbreng zouden
geven bij besluitvorming over zorgmachtigingen. Deze commissies zijn in recente versies
van het wetsvoorstel geschrapt.

Wensen voor de komende kabinetsperiode:
- Een strenger toezicht op het terugdringen van dwang en drang in de ggz.
- Handhaving van de beoogde commissies verplichte ggz in het wetsvoorstel
  Wet Verplichte ggz.

10 - Jeugd-ggz en decentralisatie jeugdzorg
Het LPGGz erkent de problemen die aanleiding zijn om de jeugdzorg, inclusief jeugd-ggz, drastisch te herzien. De oplossing van de problemen moet volgens het LPGGz echter niet
primair gezicht worden in financiŽle stelselwijzigingen, maar eerder in betere samenwerking
en heldere taakverdelingen tussen betrokken partijen en een scherpere definitie wie waar verantwoordelijk voor is. Behoud van recht op zorg en garanties voor kwaliteit zijn voor het
LPGGz belangrijke uitgangspunten. Toegang tot curatieve ggz- zorg is een verzekerd recht
voor iedere burger, jong of oud. Als een jeugdige een psychische aandoening heeft, moet
hij of zij kunnen rekenen op behandeling, net zoals bij somatische klachten. Het recht om
een psychiater te consulteren is hetzelfde als het recht om een oogarts of orthopeed te zien.
Een overgang van de jeugd-ggz naar gemeenten betekent een einde aan het wettelijk recht
op zorg; en ook een einde aan algemeen geldende normen ten aanzien van veiligheid,
kwaliteit en toezicht. Er ontstaat rechtsongelijkheid tussen inwoners van verschillende gemeenten. Het is bovendien zeer discutabel of alle gemeenten voldoende kennis zullen
hebben om met complexe ggz-problematiek om te gaan. Het loslaten van het wettelijk recht
op zorg staat bovendien op gespannen voet met artikel 24 van het Internationaal Verdrag
voor de Rechten van het Kind. Dit artikel verplicht de staat kinderen de bescherming en
zorg te bieden die nodig is voor hun welzijn. Een overgang van de jeugd-ggz naar gemeenten
zorgt ook voor nieuwe schotten, bijvoorbeeld tussen jeugd-ggz en volwassenen-ggz of in
gevallen waar sprake is van een samenloop van somatische en psychiatrische problematiek.

Wensen voor de komende kabinetsperiode
- Behoud van het wettelijk recht op zorg voor jeugdigen met psychiatrische problematiek.
- Behoud van landelijk kwaliteitskader en toezicht op kwaliteit.
- Behoud van samenhang tussen somatische en psychiatrische zorg en tussen jeugd-ggz
  en volwassenen-ggz.
- Bovenstaande wensen zijn ons inziens het best te realiseren wanneer de specialistische
  curatieve jeugd-ggz onderdeel blijft uitmaken van de zorgverzekeringswet. 
- Een alternatief om de samenwerking tussen jeugd-ggz en overige jeugdzorg te versterken,
  is een wettelijke verplichting voor samenwerking tussen gemeenten, zorgverzekeraars en
  andere partijen op regionaal niveau.

LPGGz 10-puntenplan verkiezingen 2012


 

Meer nieuws...

Laatst bewerkt op: 14-6-2012 14:06