
Steeds meer ggz-instellingen ontwikkelen familiebeleid.
Daarin wordt vastgelegd hoe de instelling omgaat met familie
en naastbetrokkenen van cliënten. De 'Modelregeling relatie
ggz-instelling/naastbetrokkenen' uit 2004 geeft algemene richtlijnen voor de omgang van instellingen met familie en naastbetrokkenen. Daarentegen zijn in de 'Criteria familiebeleid', die het LPGGz in 2011 heeft geformuleerd, voorwaarden omschreven waaraan goed familiebeleid moet voldoen volgens de cliënten- en familie zélf. Kernpunten daarin zijn:
• Hoe wordt u betrokken bij de behandeling van uw familielid of naaste?
• Welke informatie krijgt u?
• Wie is uw contactpersoon?
• Hoe kunt u een klacht zo effectief mogelijk indienen.
Niet alle ggz-instellingen zijn al zover
Nog niet alle instellingen beschikken over een adequaat familiebeleid. In 2008 werd
tijdens het LPGGz-congres Met de familie gaat het beter al geconcludeerd dat
slechts 38% van de ggz-instellingen een adequaat familiebeleid voert. In hetzelfde jaar
liet professor van Trappenburg in een uitgebreid onderzoek zien dat veel zorgprofessionals
worstelen met het dilemma tussen de privacywet en goed hulpverlenersschap; wat
mogen ze een familielid wél vertellen en wat niet. Dat dit dilemma in de weg staat van
een ideaal familiebeleid is wel duidelijk.
In 2011 hield het Landelijk Platform GGz in samenwerking met het Fonds Psychische Gezondheid, een landelijk enquête over de zichtbaarheid van familie in de ggz. Deze
enquête werd via het LPGGz-meldpunt '
Meld je zorg' uitgezet. De conclusie was dat familie daadwerkelijk te weinig wordt betrokken bij de behandeling van hun naaste
binnen de geestelijke gezondheidszorg. We staan dus nog maar aan het begin om
goed familiebeleid in ggz-instellingen gemeengoed te laten worden.