MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid
Stationsplein 125
3818 LE Amersfoort

033 - 3032400


Onze 9 thema's

Wens nr. 5

Hanteer en implementeer de 9 thema’s    
vanuit cliŽnten- en familieperspectief
t.b.v. zorginkoop ggz 2014
.


Bij ieder thema leest u welke criteria we daarbij hanteren en hoe
we die kunnen toetsen.

1. Herstelondersteuning
2. Familieperspectief
3. Inzet ervaringsdeskundigheid
4. Crisiskaart
5. Terugdringen Dwang en Drang
6. ROM vanuit cliŽntenperspectief
7. Empowerende e-mental health
8. Lichamelijke gezondheid en leefstijl
9. Samenwerking met cliŽnten- en familie initiatieven


1. Herstelondersteuning

CliŽnten willen maar ťťn ding: een zo goed mogelijk leven. Het liefst zonder blijvende psychische of andere klachten. Of, als het niet anders kan, een alleszins bevredigend bestaan mŤt de aandoening en met behoud van kwaliteit van leven. Het behoud en/of terugwinnen van de eigen regie over het eigen leven, de ontwikkeling van nieuwe betekenissen en doelen vormen samen
de kern van herstel. Herstellen doen cliŽnten zelf, maar zij hoeven het niet alleen te doen.
Herstelondersteunende zorg faciliteert het individuele herstelproces van de cliŽnt. Zorg die zich niet uitsluitend richt op het terugdringen van symptomen en klachten, maar zorg die de cliŽnt
de ruimte en het perspectief biedt om zijn eigen leven in te richten, volgens zijn eigen wensen, passend bij wie hij is en wil zijn. Herstelondersteunende zorg vergt derhalve een integrale benadering, waarbij oog is voor alle levensterreinen.

Herstelondersteunende zorg vereist ook vroegtijdigheid en continuÔteit. Dit betekent bij de start
van de ggz-interventie de eigen betekenisgeving van de cliŽnt in beeld hebben m.b.t. het leven
dat hij leidt en wil gaan leiden. Niet tegen het einde van de interventie pas nadenken over hoe
de cliŽnt zijn leven weer kan oppakken, maar zijn behoeften, wensen en dromen als rode draad hanteren in de planning en uitvoering van de zorg.

Zorginkoopcriteria
- de aanwezigheid van een vastgesteld visie- en beleidsplan m.b.t. herstelondersteunende zorg.
- facetten van beleid herstelondersteuning
- inzet ervaringsdeskundigheid
- faciliteer onafhankelijke cliŽntondersteuning (wegwijsfunctie m.b.t. zorg, sociale - en
  maatschappelijke participatie)
- aanbod van de cursus ‘Herstellen doe je zelf’  (evidence based)
- aanbod herstelwerkgroepen; bij voorkeur georganiseerd door externe partijen (b.v. regionale
  cliŽntenorganisaties) om focus op het cliŽnten- en het herstelperspectief te borgen
- aanbod HEE! (Herstel, Empowerment, Ervaringsdeskundigheid) 
- beschikbaarheid Wellness Recovery Action Plan (WRAP) - een evidence based
  zelfhulpinstrument  
- de zorgaanbieder maakt gebruik van de Triadekaart, Crisiskaart of een ander hulpmiddel 
  voor een heldere taakverdeling met familie. De afspraken zijn terug te vinden in het EPD
  Deskundigheidsbevordering beroepsbeoefenaren m.b.t. herstelondersteunende
  zorg Toepassing meetinstrumenten rondom herstel zoals b.v. de Recovery Oriented Practices
  Index (ROPI)

Toetsing
1. Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, RCO’s (Regionale CliŽntenOrganisaties) familie-/cliŽntenorganisaties.
2. Audits, visitaties.

2. Familieperspectief

De positie en rol van familie en/of naastbetrokken is voor de kwaliteit van de zorg van groot belang. Familie en naastbetrokkenen vormen het primaire sociale netwerk, beschikken over ervaringskennis, helpen met behoeften als onderdak, voeding en financiŽle hulp, geven
emotionele ondersteuning, reageren op crisissen en nemen soms de rol op zich van casemanager. Als hulpverleners deze functies erkennen, kunnen ze familie en naastbetrokkenen ondersteunen in de taken die herstelbevorderend zijn voor het familielid in zorg. Het betrekken van de familie bij de planning en uitvoering van de zorg is onder andere om deze redenen geÔndiceerd.

Zorginkoopcriteria
-  aanwezigheid vastgesteld van familiebeleid
-  familiebeleid opgenomen in de kwaliteitscyclus van de aanbieder
-  familiegegevens opgenomen in cliŽntregistratiesysteem middels een eigen tabblad Adequate
   informatievoorziening voor familie (zoals o.a. vastgelegd in de tweezijdige leveringsvoorwaarden
   ondertekend door GGZ Nederland)
-  heldere taakverdeling hulpverlener, cliŽnt, familie (vastgelegd in b.v. de Triadekaart van Ypsilon).
-  ondersteuning familie op basis van wensen/behoeften familie (o.a. lotgenotencontact)
-  vast en toegankelijk aanspreekpunt voor familie bij de zorgaanbieder
-  scholing hulpverleners in omgang met familie
-  een klachtenregeling voor klachten van familie
-  familiewaarderingsonderzoek als onderdeel van de kwaliteitscyclus
-  beschikbaarheid van aanbod m.b.t. informatie en ondersteuning voor familie: informatieavonden,
   cursussen (b.v. psycho-educatie).

   Triadekaart 
    
1. De zorgaanbieder maakt gebruik van de Triadekaart, Crisiskaart of een ander hulpmiddel
        om te komen tot een heldere taakverdeling
    2. De afspraken uit het Triadegesprek, de Crisiskaart, zijn terug te vinden in het EPD

   Familieraad
   1. De zorgaanbieder heeft een familieraad, die o.a. betrokken wordt bij de planning- en
       controlcyclus
   2. De familieraad heeft een samenwerkingsovereenkomst met de zorgaanbieder
   3. Er is informatiemateriaal beschikbaar over de familieraad als onderdeel van de
       informatievoorziening aan de familie

   Familievertrouwenspersoon
   1. Er is een familievertrouwenspersoon (FVP)
   2. De onafhankelijkheid van FVP is geborgd

   Familieorganisaties (regionaal, landelijk)
  1. De zorgaanbieder maakt familie attent op familieorganisaties (foldermateriaal, website,
     contactpersoon van een regionale afdeling)
  2. Familieorganisaties worden ondersteund door de zorgaanbieder (financieel, in natura)
  3. De zorgaanbieder werkt samen met familieorganisaties
  4. De zorgaanbieder faciliteert lotgenotencontactgroepen die door familieorganisaties worden
      georganiseerd.

Toetsing
1. Uitvraag bij de zorgaanbieder, de familieraad, de cliŽntenraad, RCO’s (Regionale CliŽntenOrganisaties), familie-/cliŽntenorganisaties.
2. Uitkomsten familiewaarderingsonderzoek
3. Audits, visitaties 

3. Inzet ervaringsdeskundigheid

Ervaringskennis is, naast wetenschappelijke - en professionele kennis, de derde belangrijke kennisbron voor de zorg. Ervaringskennis (zowel vanuit het cliŽnten-, als het familieperspectief) wordt o.a. ontsloten en benut door de inzet van ervaringsdeskundigen in de zorg.

Zorginkoopcriteria
-  aanwezigheid van een vastgesteld visie- en beleidsplan m.b.t. de inzet van
   ervaringsdeskundigheid o.a. in relatie tot herstelondersteunende zorg
-  een aandachtsfunctionaris ervaringsdeskundigheid (coŲrdinerend, ondersteunend, ontwikkelend) -  functiebeschrijvingen en profielschetsen voor ervaringsdeskundigen (balans tussen
   functiegebonden- en ervaringsdeskundigheidscompetenties).
-  functies op diverse niveaus binnen de instelling (van MBO tot Academisch); zowel in de
   uitvoering van de zorg als op management en bestuurlijk niveau (balans tussen
   functiegebonden- en ervaringsdeskundigheidscompetenties).
-  minimaal 2 ervaringsdeskundigen binnen zorgteams (t.b.v. intercollegiale toetsing)
-  specifiek scholingsaanbod, intervisie en supervisie voor ervaringsdeskundigen; bij
   voorkeur aangeboden door externe partijen (b.v. regionale cliŽntenorganisaties) om focus
   op het cliŽntenperspectief te borgen
-  uiteraard in elk FACT-team minimaal 2 ervaringswerkers.

Toetsing
1. Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, RCO’s (Regionale
    CliŽntenOrganisaties), familie-/cliŽntenorganisaties, LIVE ( Landelijk steunpunt Inzet
    Van Ervaringsdeskundigheid in de GGz - http://www.live-ervaringsdeskundigheid.nl
2. Uitvraag bij de zorgaanbieder van: het aantal (betaalde) ervaringsdeskundigen; in welke
    functies zij actief zijn; de ureninzet.
3. Audits, visitaties

4. Crisiskaart

Een crisis is een ingrijpende gebeurtenis. Adequaat handelen kan veel schade voorkomen. Vaak beschikt de cliŽnt over ervaringskennis waarmee hij, vooruitlopend op een mogelijke crises in de toekomst, aan kan geven op welke wijze door zijn omgeving het beste met hem kan worden omgegaan in het geval van een crisis. Teneinde deze ervaringskennis optimaal te kunnen benutten is de Crisiskaart© ontwikkeld. De inhoud van de Crisiskaart© is een samenvatting
van het crisisplan. Het crisisplan betreft een meerzijdige overeenkomst; de afspraken die hierin worden vastgelegd zijn door de cliŽnt afgestemd met de personen in zijn omgeving, die, als ze
het eens zijn met de inhoud, het crisisplan ondertekenen. De omgeving wordt betrokken bij het crisisplan; dit betekent dat de beschreven afspraken niet vrijblijvend zijn. Door ondertekening van het crisisplan, wordt een overeenkomst gesloten en stemmen betrokkenen in met de toebedeelde rol. Een crisisplan is een schriftelijke wilsverklaring. Tevens kunnen cliŽnten vormen van zelfbinding in hun crisisplan opnemen. Het crisisplan en de Crisiskaart© worden opgesteld door de cliŽnt die hierbij ondersteund wordt door een onafhankelijke ervaringsdeskundige consulent crisiskaart. Dit waarborgt onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De cliŽnt krijgt door de Crisiskaart© de mogelijkheid om zelf te regelen wat er moet gebeuren in een crisis.
De cliŽnt kan een gevoel van veiligheid ontlenen aan de waarschijnlijkheid/zekerheid dat er in
een crisissituatie gebeurt wat hij wil en dat wordt nagelaten wat hij per sť niet wil. Het maken
van de Crisiskaart© stimuleert cliŽnt en betrokkenen tot nadenken over wat te doen in een crisissituatie; dit heeft een emanciperend, dwangreducerend en preventief effect.
De Crisiskaart© kan een basis voor een signaleringsplan vormen. Bij overdracht van zorg en transities garandeert de Crisiskaart© continuÔteit.

Diverse partijen in de ggz hebben op 19 juli 2013 een verklaring ondertekend waarmee ze het gebruik van een crisiskaart willen bevorderen: Het Landelijk Platform GGz, GGZ Nederland,
de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (V&VN SPV).

Zorgverzekeraars Nederland is positief over de crisiskaart: “Door middel van een crisiskaart
wordt het inzicht in de eigen ziekte vergroot en krijgt de patiŽnt meer eigen regie. Het tekenen
van de verklaring sluit aan op de afspraken in het bestuurlijk akkoord ggz over het versterken
van mogelijkheden tot zelfmanagement” zegt Jasper van Kuik, beleidsadviseur Zorg bij ZN.
“Met behulp van de crisiskaart kan het aantal crisissituaties en de zwaarte van de crisissituatie afnemen. Gevolgen zijn een verhoging van de leefkwaliteit en een afname van de kosten. ZN en
de betrokken partijen kijken op welke wijze ze de financiering van de crisiskaart verder kunnen vormgeven.” Meer informatie van ZN over de crisiskaart 

Zorginkoopcriteria
1. De zorgaanbieder informeert cliŽnten over de Crisiskaart ©, eventueel in samenwerking met
    het Landelijk Platform GGZ.
2. De zorgaanbieder faciliteert de mogelijkheden voor cliŽnten om een Crisiskaart © op te
    stellen door afspraken te maken met (interne of externe) crisiskaartprojecten.

Toetsing
Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, RCO’s (Regionale CliŽntenOrganisaties), familie-/cliŽntenorganisaties.

5. Dwang en drang

In Nederland wordt er opvallend meer gesepareerd dan in andere landen. In het Bestuurlijk Akkoord 2012 zijn hierover de volgende afspraken gemaakt: 

  • Zorgaanbieders streven ernaar om het gebruik van dwangtoepassingen verder terug
    te dringen.
  • Afgesproken wordt dat dwang alleen wordt toegepast als ultimum remedium.
  • Zorgaanbieders zorgen er voor dat de patiŽnt tijdens de separaties altijd de mogelijkheid heeft voor persoonlijk contact.
  • Separatie is zo kort, humaan en veilig als mogelijk. Als sprake is van langere separatie dan wordt na ťťn week interne en na zes weken externe consultatie ingezet.
  • Over de registratie van dwangtoepassingen wordt binnen de instellingen aantoonbaar gerapporteerd en deze rapportage wordt gebruikt om de eigen handelwijze te evalueren
    en bij te stellen.
  • Alle ggz-instellingen registreren vrijheidsbeperkende maatregelen in de gehele instelling met behulp van de argus-dataset en leveren de gegevens van de Argus registratie aan
    een landelijke database. De prestatie-indicator Insluiting en Dwangmedicatie (kernset Prestatie-indicatoren GGZ, 2.4, Zichtbare Zorg) sluit aan op de Argus registratie

Het gericht streven naar terugdringen van dwang, zoals vastgelegd in het Bestuurlijk Akkoord 2012, vraagt om veranderingen in zowel de cultuur van de organisatie, de structuur en de werkwijze.

Zorginkoopcriteria
1.  Instellingsbreed beleid en gedeelde visie m.b.t. terugdringen dwang.
2.  Structurele borging initiatieven/projecten gericht op dwangreductie b.v. crisiskaart,
     wilsverklaring, triadekaart en/of zelfbindingsverklaring.
3.  Structurele dataverzameling via Argus van dwang en terugkoppeling naar afdeling,
     management, directie en bestuur, externe stakeholders.

Facetten van gericht instellingsbeleid terugdringen dwang:  
-  
Voldoende en adequate ambulante zorg (ACT/FACT) t.b.v. voorkomen dwangopname
-   Oog voor fysieke omgeving (buitenruimte, sfeer en aankleding afdeling, bouw)
-   Eenpersoons kamers
-   Beleid m.b.t complexe / langdurige dwang: inschakelen externe expertise (bijv Centrum
    voor Consultatie en Expertise - http://www.cce.nl/)
-   Systematische evaluatie van dwangtoepassingen binnen de instelling met cliŽnten
    en hulpverleners
-   Input vanuit clienten-/familieperspectief m.b.t. werken aan voorkomen van dwang bijv.
    via spiegelgesprekken, moreel beraad.

Cultuur
1. Beleid m.b.t. het beÔnvloeden van overtuigingen, houding, perceptie van de medewerkers
    m.b.t.de toelaatbaarheid van het gebruik van dwang.
2. Beleid gericht op het (behoud van) contact met de cliŽnt en naasten d.m.v. adequate
    bejegening, uitwerking gastvrijheidsconcept, etc.
3. Bevordering zelfreflectie (hoe werk ik en kan het anders/beter), intervisie, supervisie

Werkwijze
-   Implementatie instellingsbreed van best-practises: Beleid bij binnenkomst: eerste vijf minuten
    protocol (o.a. oog hebben voor de eerste behoeften van de cliŽnt)
-   Beschikbaarheid alternatieven voor separeren / sluiten separeers: Intensive care /
    1 op 1 -zorg i.p.v eenzame opsluiting Vroegsignalering spanning / deŽscalerend werken
    (opleiding / training de Mat bijv.)
-   Preventieve aanpak zoals comfortrooms, time out ruimtes
-   Werken met crisiskaart, signaleringsplan, verbale conflicthantering
-   Risicotaxatie per cliŽnt (in dossier)
-   Aanwezigheid hulpverleners op de groep / sluiten van vissenkom (verpleegpost)
-   Activering van cliŽnten (hardlopen bijv. i.p.v. dwang/opsluiten) en dagbesteding.
-   Het betrekken van familie bij de opname, de behandeling Gebruiken van de “Handreiking veilig
    fysiek ingrijpen”, indien er geen andere optie is
-  Inzet rvaringsdeskundigheid/ervaringsdeskundigen bij terugdringen van dwang (expertise).

Toetsing
1. Registratiecijfers Argus
2. Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, RCO’s (Regionale
    CliŽntenOrganisaties), familie-/cliŽntenorganisaties.
3. Audits, visitaties, kwaliteitstoetsing vanuit cliŽnten-/familieperspectief

6. ROM vanuit cliŽntenperspectief

Veel zorgaanbieders zijn volop bezig met het verzamelen van uitkomsten van periodiek effectonderzoek in het kader van ROM (Routine Outcome Monitoring). ROM-uitkomsten
kunnen gebruikt worden voor:

  • het in beeld brengen van de voortgang van de behandeling/begeleiding van de
    individuele cliŽnt;
  • het vergelijken van de effectiviteit van verschillende werksoorten en afdelingen
    binnen de instelling;
  • het vergelijken van de effectiviteit van verschillende zorgaanbieders.

Vooralsnog ligt het accent van de inspanningen m.b.t. ROM met name op het vergelijken van
de effectiviteit van verschillende zorgaanbieders. Oftewel op het extern verantwoorden van de effectiviteit van de geleverde behandeling/begeleiding. Terugkoppeling van uitkomsten aan de individuele cliŽnt en zijn behandelaar, en op geaggregeerd niveau aan de cliŽntenraad en aan de familieraad, versterkt de positie van de cliŽnt en verbetert de kwaliteit van de zorg:

-  de cliŽnt krijgt inzicht in de voortgang van zijn behandeling/begeleiding
-  de beschikbaarheid van uitkomstgegevens versterkt het principe van Shared Decision 
   Making met de behandelaar
-  de uitkomstgegevens maken een eventueel benodigde tijdige bijstelling van de
   behandeling/begeleiding mogelijk
-  op geaggregeerd niveau kunnen ROM-uitkomsten de basis vormen voor kwaliteits-
   verbeteringsinitiatieven.

Zorginkoopcriteria
1.  De zorgaanbieder verzorgt de terugkoppeling van ROM-uitkomsten aan de individuele cliŽnt
     op een toegankelijke, heldere, bruikbare wijze binnen een redelijke termijn na afname van
     het ROM-meetinstrument.
2.  De zorgaanbieder geeft de bespreking van ROM-uitkomsten van de individuele cliŽnt een
     plaats binnen de evaluatiecyclus van behandeling en begeleiding.
3.  De zorgaanbieder informeert de cliŽntenraad periodiek over de uitkomsten van ROM-metingen
     op geaggregeerd niveau.

Toetsing
1.  Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad
2.  Audits, visitaties

7. Empowerende mental e-health

Het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieŽn, en met name internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren
is volop in ontwikkeling. Hierbij kan het gaan om:
-  informatie voor de cliŽnt: ervaringenuitwisseling, etalage-informatie, kwaliteits- en
   keuzeinformatie, etc..
-  zelfhulp: zelftests, tips, adviezen, etc.
-  zelfregie versterkende app’s
-  online behandelingen (al of niet anoniem)
-  blended behandelingen: online & face-to-face
-  zorg op afstand / telezorg etc.

Er is enige evidence dat het gebruik van e-mental health kosteneffectief is en de zelfregie, het zelfmanagement van cliŽnten ondersteunt. De ontwikkeling en implementatie van e-mental health verloopt desalniettemin moeizaam. Sites en toepassingen die door ervaringsdeskundigen en/of samen met ervaringsdeskundigen zijn ontwikkeld blijken meer aan te sluiten bij de beleving en behoeften van de eindgebruiker, i.c. de cliŽnt, gezien de bezoekersaantallen. Voorbeelden hiervan zijn www.proud2bme.nl of www.ervaringswijzer.nl

Zorginkoopcriteria
1.   De zorgaanbieder betrekt cliŽnten/ervaringsdeskundigen bij de ontwikkeling en
      implementatie van e-mental health –toepassingen.
2.   De zorgaanbieder stelt cliŽnten/ervaringsdeskundigen/cliŽnteninitiatieven in staat
      zelf e-mental health –toepassingen te ontwikkelen en te implementeren.

Toetsing
Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, cliŽnteninitiatieven.

8. Lichamelijke gezondheid & leefstijl

De lichamelijke gezondheidstoestand van mensen met chronische psychiatrische problemen
is slecht. Uit onderzoek naar lichamelijke klachten blijkt de helft van alle cliŽnten een somatische aandoening te hebben. CliŽnten beoordelen fysiek welzijn bij vragen naar de kwaliteit van leven het laagst. Psychiatrische problemen blijken vaak samen te gaan met allerlei lichamelijke klachten en ziekten. De verklaring is enerzijds de invloed van psychische aandoeningen op de lichaamfuncties en anderzijds de ongezonde leefstijl van mensen met een psychiatrische aandoening.
Psychofarmaca, antipsychotica kunnen een veelheid aan klachten tot gevolg hebben: gewichtstoename, diabetes, hart- en vaatziekten, aantasting gebit, etc..

Deze bevindingen werden in recent onderzoek van het CliŽntenbelang Amsterdam (v/h APCP), uitgevoerd door Marian Vink, bevestigd. (“Niet goed in je vel” – 2009). Geconcludeerd wordt dat
de aandacht voor somatische problemen van chronische psychiatrische cliŽnten ernstig te kort schiet. De somatische zorg in de ggz is zeer beperkt geregeld. Behandelaars en/of huisartsen blijken lichamelijke klachten te vaak niet serieus te nemen. Behandelaars schieten nogal eens tekort als het gaat om het geven van informatie over mogelijke bijwerkingen.

Zorginkoopcriteria
1. De door het veld opgestelde Kwaliteitsnormen Somatische zorg in de ggz worden
    nageleefd: visie op somatische zorg in een ggz-instelling; een beleidsplan, taakverdeling
    tussen de diverse somatici, bij opname 7x24 uur een somatisch bekwame arts beschikbaar,
    protocol somatische screening, adequate communicatie tussen psychiatrische en medisch
    somatisch verantwoordelijken, registratie co-morbiditeit, geformaliseerde afspraken met
    algemene ziekenhuizen, huisartsen en thuiszorg.
2. De somatische zorg is niet alleen gericht op screening, maar ook op het aanbieden van
    leefstijlcursussen, beweegprogramma’s.
3. Voorlichting ook voor ambulante chronische cliŽnten m.b.t. beweging, voeding, roken, 
    alcohol- en drugsgebruik.

Toetsing
Uitvraag bij de zorgaanbieder, de cliŽntenraad, de familieraad, regionale cliŽnten-/familieorganisaties.

9. Samenwerking met cliŽnten-/familie-initiatieven

Over het behoud en/of terugwinnen van de eigen regie over het eigen leven, de ontwikkeling van nieuwe betekenissen en doelen, het participeren in het sociale en maatschappelijke rol verkeer
is veel specifieke ervaringskennis aanwezig bij cliŽnten- en familie-organisaties, bij cliŽnten- en familie initiatieven. Deze kennis en deskundigheid is van essentieel belang voor cliŽnten en sluit veelal synergetisch aan op de reguliere professionele expertise. Samenwerking tussen zorgaanbieders en deze organisaties/initiatieven is derhalve geÔndiceerd. Hierbij kan het gaan
om b.v. de volgende vormen van dienstverlening:

  • organiseren van lotgenotencontact en zelfhulp
  • herstelwerkgroepen
  • training, coaching, opleiding ervaringsdeskundigen
  • training, coaching hulpverleners m.b.t. het cliŽnten-, familie- en/of het herstelperspectief
  • informatievoorziening voor cliŽnten m.b.t. zorg en aanpalende domeinen
  • cliŽntondersteuning en familieondersteuning
  • crisiskaartconsulent
  • verzamelen cliŽnt- en familie-ervaringen, audits, kwaliteitstoetsingen vanuit cliŽntenperspectief en familieperspectief.

Op het gebied van arbeid hebben een scala aan cliŽntgestuurde projecten veel expertise in huis m.b.t. het door cliŽnten zelf vormgeven van werksituaties. Door verregaande (mede-)zeggenschap
over de bedrijfsprocessen is het voor veel cliŽnten mogelijk om (on-)betaald werk te verrichten. Een overzicht is te vinden op www.lfos.nl

Zorginkoopcriteria
1.  De zorgaanbieder heeft samenwerkingsafspraken met cliŽnten- en familie-organisaties,
     cliŽnten- en familie-initiatieven.
2.  De zorgaanbieder koopt diensten in bij deze organisaties en initiatieven.

Toetsing
Uitvraag bij de zorgaanbieder, RCO’s (Regionale CliŽntenOrganisaties), cliŽnten-/familieorganisaties.


Download hier de criteria in printversie



 


 

Laatst bewerkt op: 4-11-2016 11:16