
Sinds 1 januari 2007 bestaat de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). De Wmo heeft als doel om iedereen, jong en oud, mét of zonder lichamelijke of psychische beperkingen, optimaal aan de samenleving te laten deelnemen. Gemeenten in Nederland hebben de plicht om Wmo-beleid te ontwikkelen én uit te voeren. Dat betekent dat het beleid goed moet aansluiten op de wensen en behoeften van kwetsbare mensen.
Dat beleid kan dus per gemeente verschillen.
Burgers hebben invloed op Wmo-beleid
De Wmo regelt ook dat de gemeente haar inwoners bij haar plannen moet betrekken.
De burger kan dus invloed uitoefenen op het Wmo-beleid. In veel gemeenten hebben cliënten
zitting in een Wmo-raad, maar nog niet alle gemeenten hebben zo'n raad. Ook zijn de doelgroepen van de prestatievelden 7 t/m 9 (dak- en thuislozen en/of verslaafden) nog odnervertegenwoordigd. Nog niet alle gemeenten zijn even ver gevorderd met het organiseren
van burgerparticipatie via de Wmo.
Kwestbare burgers slecht in beeld
Omdat mensen met psychische of sociaal-maatschappelijke problemen slecht in beeld zijn
bij gemeenten, heeft het Programma Lokale Versterking tussen 2006 en 2009 hard gewerkt
om de positie van cliënten in de ggz, de Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang
en Verslavingszorg binnen de Wmo met succes te verbeteren. Ook na het afsluiten van het Programma, blijft het LPGGz zich structureel inzetten om de positie van deze doelgroepen
binnen de Wmo te verbeteren. Projecten als de '(O)ggz-spiegel' en 'Cliëntenparticipatie' dragen daartoe bij.
Meer weten over de Wmo? Kijk dan ook op
www.meldjezorg.nl