

Iedereen vindt goede maatschappelijke zorg voor de meest kwetsbaren in de samenleving belangrijk. Hetzij vanwege het sociale medemenselijke perspectief, hetzij (of ook) vanwege de vermindering van 'overlast'. De maatschappelijke zorg bestaat uit drie beleidsvelden:
1. Maatschappelijke opvang (MO): zorg voor dak- en
thuislozen, vrouwenopvang.
2. Openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGz): zorg
voor mensen met psychische problematiek die geen gebruik
maken van de reguliere zorg, om wat voor reden dan ook.
3. Verslavingsbeleid (VB): zorg voor verslaafden.
Deels overlappen de doelgroepen binnen de beleidsvelden elkaar. Die overlap zit vooral in de
groep mensen met chronische en ernstige ggz-problemen en mensen die langdurig dakloos
zijn en daarnaast kampen met verslaving en/of een psychische handicap hebben.
Wmo en maatschappelijke zorg
Met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor de uitvoering deze drie beleidsvelden. Binnen de Wmo zijn diverse prestatievelden benoemd. Voor de kwetsbare medemens zijn de prestatievelden 7, 8 en 9 het belangrijkst.
Prestatieveld 7 > maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, teunpunten huiselijk geweld.
Prestatieveld 8 > de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGz).
Prestatieveld 9 > de ambulante verslavingszorg (onder andere).
Per gemeente verschillend...
Elke gemeente in Nederland ontvangt van de overheid financiële middelen om invulling en
uitvoering te geven aan het lokale Wmo-beleid. Niet alleen in de G4, Amsterdam, Rotterdam,
Utrecht en Den Haag, maar ook in andere gemeenten speelt, meestal op minder grote schaal,
de MO-problematiek. Nederland telt naast de G4 ook 39 Centrumgemeenten (G39). Dat zijn
middelgrote gemeenten die net als de G4 te maken hebben met OGGz, MO, VO en Vz-
problematiek. Deze G39 moeten voor zichzelf en de kleinere regiogemeenten om hen heen,
een eigen Plan van Aanpak MO maken: het ‘Stedelijk Kompas’. Deze centrumgemeenten
ontvangen daarbij een doeluitkering: geld dat specifiek bestemd is voor prestatieveld 8: de
OGGz. In de begroting van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) is
de ambitie geformuleerd dat alle centrumgemeenten uiterlijk april 2008 een ‘Stedelijk Kompas’ hebben.
De beleidsinvulling
In het kader van de Wmo-prestatievelden 7, 8 en 9 geldt dat gemeenten maatregelen moeten
nemen die de maatschappelijke deelname en het welzijn van de doelgroepen bevorderen.
Bijvoorbeeld maatregelen op het gebied van verslavingspreventie of het voorkomen van depressie
bij eenzame ouderen. Gemeenten dienen zich hierbij te laten leiden door de wensen en behoeften
van de doelgroepen. Hiervoor praten zij met vertegenwoordigers uit die doelgroepen die veelal zitting nemen in cliënten- en belangenorganisaties. Binnen de OGGz, MO, VO en Vz zijn cliënten nog onvoldoende georganiseerd. Hierdoor komen hun wensen niet bij de gemeenten terecht en dreigen benodigde voorzieningen niet gerealiseerd te worden.
Participatie bevorderen
Het Programma Lokale Versterking zette in om op lokaal en regionaal niveau de positie van mensen uit de OGGz, MO, VO en Vz te versterken zodat zij als beslagen ten ijs kwamen om als volwaardige gesprekspartners gemeenten konden ondersteunen bij de invulling van het Wmo-beleid. Regionale initiatiefgroepen motiveerden mensen uit de achterban hun stem te laten horen. Bijvoorbeeld bij (beeldvormende) acties richting beleidsmakers of deelame aan een klankbordgroep of een Wmo-raad. Participatie van deze doelgroepen moet voor de toekomst gewaarborgd worden door inbedding in bestaande organisaties en overlegvormen.
Meer weten?
De links en publicaties hieronder hebben betrekking op de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg, de Maatschappelijke Opvang (dak- en thuislozen), Vrouwenopvang en Verslavingszorg.